Wanneer zijn depressie de dertigjarige Levi naar de keel grijpt, reikt zijn anders zo gesloten vader hem de hand: laten we praten. Samen bezoeken ze het theaterfestival Fringe in Edinburgh, maar de gesprekken komen moeizaam op gang. Herinneringen dringen zich op: aan Levi’s excentrieke familie, zijn strijd met erkenning en geloof, en vooral aan zijn grote liefde Vic. Wanhopig probeert hij vat te krijgen op zijn destructieve neigingen, die werkelijk contact met een ander in de weg staan.
Jacobs ontziet in zijn debuutroman niets of niemand, en al helemaal zichzelf niet. Toch blijft hij de deur naar liefde hardnekkig opentrappen. Met zijn krachtige pen maakt hij van Wie ik ben een meedogenloos, maar ook hoopvol verhaal.